Eendeneieren uitbroeden

Voor het succesvol uitbroeden van eendeneieren, is het belangrijk goede voorbereidingen te treffen. Er is een aantal zaken waar je aan moet denken, om een zo geslaagd mogelijk resultaat te behalen. Je kunt helaas niet verwachten dat 100 procent van een groep eieren ook daadwerkelijk is uit te broeden. Het hangt van veel factoren af of een ei daadwerkelijk zal kunnen worden uitgebroed. Zo hangt het onder andere af van de vruchtbaarheid van het ei, en ook moet er rekening worden gehouden met de temperatuur, luchtvochtigheid en draaiing van het ei, welke bepalen of er een pulletje uit het ei zal komen. Laten we eens alle factoren bekijken om te zien wat er zoal bij het uitbroeden van eieren komt kijken.

Broedeieren

Het hangt af van bepaalde factoren of een eendenei een goed broedei is. Ook hierbij is het belangrijk goed op de hoogte te zijn, zodat je alle facetten op elkaar kunt afstemmen om je kansen te vergroten. Goede broedeieren moeten een goede vorm hebben, eigenlijk zoals normale (kippen)eieren dat hebben. Ze moeten een goede omvang hebben, niet misvormd of beschadigd zijn en besmeurde eieren vallen als goede broedeieren ook buiten de boot. Eieren met ontlasting en modder erop, hebben een kleinere uitkomstkans om dat de smurrie de gaswisseling tussen het ei en de buitenlucht belemmert. Je mag ze namelijk niet schoonmaken, want dan verwijder je een natuurlijk beschermend laagje en raken de poriƫn waardoor het eendenkuiken kan ademen verstopt. Het embryo zal dan sneller kunnen sterven. Eendeneieren kunnen vooraf aan het uitbroeden worden bewaard bij een constante temperatuur van ongeveer 10 tot 14 graden en bij een lage luchtvochtigheid van 45%.

Eieren schouwen

De broedtijd voor eendeneieren is ongeveer 28 tot 30 dagen. Om een goede indruk te krijgen of een ei daadwerkelijk bevrucht is en dus levensvatbaar, is het mogelijk om het ei eerder al te schouwen. Eieren schouwen kun je doen door bijvoorbeeld het ei op een schouwlamp te plaatsen. Een voorbeeld hiervan en een test tussen schouwlampen vind je op Eierenschouwen.nl. Je moet hierbij zoeken naar adertjes die je door het ei kunt zien lopen. Hieruit kun je afleiden of er een eendje aan het groeien is. Het hangt van het ei af hoe vroeg je kunt schouwen. Afhankelijk van de dikte en kleur van de schaal kan dit reeds bij 6 dagen, of juist pas bij 10 dagen. Als het ei licht van kleur is, kun je al vroeg zien of er aderen door het ei lopen. Als het ei donkerder is, kun je beter wachten tot het ei wat langer bebroed is. De ontwikkeling is dan namelijk wat verder; dit maakt het gemakkelijker te zien of er een embryo in zit.

Natuurlijk broeden

De broedtijd begint voor eenden in de vroege lente en dan gaan de mannetjes of woerden op zoek naar een vrouwtje. Ze zullen hier heel agressief en verdedigend mee omgaan, zodat geen enkel ander mannetje bij haar in de buurt kan komen. Zodra alle eieren zijn gelegd, kan de moedereend beginnen met broeden. Zij is voornamelijk met deze taak van eendeneieren uitbroeden belast. Het mannetje zal je niet op het nest treffen. Als het vrouwtje geluk heeft, brengt het mannetje wel wat eten voor haar mee, maar vaak moet ze zichzelf redden en eten zoeken in de omgeving van het nest.

Over het algemeen duurt het broeden ongeveer 28 tot 30 dagen. Ze kiest hiervoor een beschutte plek uit, zodat ze zo min mogelijk opvalt voor roofdieren. In de laatste fase communiceren de eendenkuikens vanuit het ei met elkaar, zodat ze gelijktijdig geboren worden. Hiermee vergroten ze hun overlevingskans en hoeft de moeder niet te letten op loslopend grut terwijl ze alsnog enkele eieren moet uitbroeden. Zo is het eendeneieren uitbroeden door de natuur zorgvuldig en bedachtzaam geregeld.

Kunstmatig broeden

Het uitbroeden van eieren kan ook kunstmatig gebeuren, waarbij je gebruik kunt maken van een broedmachine. De thermometer in deze machine zorgt ervoor dat de eieren op een constante temperatuur worden verwarmd en de eieren kunnen zelfs, afhankelijk van de broedmachine, automatisch enkele malen per etmaal omgedraaid worden. Zo wordt er niet steeds druk vanuit eenzelfde richting op het hagelsnoer uitgeoefend, wat voorkomt dat het embryo vroegtijdig sterft. Voor het broeden met een broedmachine moet je met de volgende dingen rekening houden:

1. Constante temperatuur

Wil je dat de eieren enige kans maken dan zal je ze een constante temperatuur moeten bieden. Per eendenras is de benodigde temperatuur verschillend, deze ligt tussen de 37 en de 38 graden Celsius. De temperatuur in de broedmachine wordt constant gehouden met een thermostaat. Er zijn verschillende thermostaten te koop. Hoe geavanceerder het apparaat hoe nauwkeurig de thermostaat de temperatuur constant kan houden. Let hier bij de aanschaf goed op. Nu wat extra uitgeven, kan je later veel extra plezier (of minder zorgen) opleveren. Omdat moeders ook soms van het nest afgaat, kun je het deurtje van de broedmachine gewoon opendoen om bijvoorbeeld water bij te vullen. Sommige thermostaten ondersteunen ook een koele periode.

2. Constante luchtvochtigheid

Om het water bij te vullen in de broedmachine moet je af en toe het deurtje open doen. Water vul je bij omdat ook de luchtvochtigheid belangrijk is voor het uitbroeden van de eendeneieren. Door de warmte verdampt het water en die vul je eens in de paar dagen met de hand bij. Wanneer je van een hygrostaat gebruik maakt, wordt ook dit voor je geregeld, na een keer goed instellen. Deze meet en regelt de luchtvochtigheid in combinatie met een verdamper of waterpomp. De luchtvochtigheid wordt voor de meeste rassen afgesteld op 45-50%. De laatste dagen, in de periode van het uitkomen, moet je de luchtvochtigheid verhogen naar ca. 55-60%.

3. Eieren keren

In het begin is dit al even genoemd. Draai minimaal twee keer per dag de eieren om en markeer met potlood beide zijden met respectievelijk een rondje en een kruis, zodat je weet waarheen je moet draaien. Zo voorkom je dat de eierdooier uitzakt en het hagelsnoer beschadigt. Op dag 26 stop je hiermee. Ze komen nu snel uit het ei. Sommige broedmachines kunnen de eieren automatisch laten keren en bij andere broedmachines ontbreekt deze functie totaal. Het hangt heel erg van jouw situatie af of je in staat bent om de eieren op de juiste tijden te kunnen keren. Twijfel je hieraan? Neem dan het zekere voor het onzekere en schaf een broedmachine met automatische keerfunctie aan.

Als de baby eendjes, eendenkuikens of pulletjes zijn uitgekomen, blijven ze vaak nog een dag in de broedmachine om geheel op temperatuur te komen en goed op te drogen. Daarna kunnen ze worden overgeplaatst naar een kunstmoeder, veelal in de vorm van een warmtelamp of warmteplaat. Een broedmachine is een alternatief op het natuurlijk broeden; wanneer er op grote schaal eieren moeten worden uitgebroed of er geen moedereenden meer zijn die voor de eieren kunnen of willen zorgen. Op die manier hebben de eendjes alsnog een kans op leven. Per eendenras verschillen de broedkwaliteiten van de ouders, sommige eenden zijn uitstekende broeders en andere zijn heel lastig om in gevangenschap aan het broeden te krijgen. Ook hier biedt een broedmachine uitkomst.

Baby eendjes grootbrengen

Nadat de eendeieren zijn uitgekomen, moeten ze nog heel even in de broedmachine blijven. De baby eendjes of eendenkuikens moeten volledig opdrogen voordat ze overgeplaatst kunnen worden naar de ruimte waar ze kunnen opgroeien. Dit kan het beste een hok of kooi zijn, die speciaal voor deze gelegenheid is ingericht. Zorg voor een goede bodembedekking, een voer- en drinkbakje en laat een zwemplekje nog even achterwege. De vetklier heeft zonder moeder even de tijd nodig om op te starten. Het duurt ongeveer een week (afhankelijk van het ras) voordat de eendjes veilig te water kunnen gaan. Bekijk de aparte pagina baby eendjes grootbrengen.

Baby eendje, eendenkuiken ofwel pulletjes

Zodra een baby eendje, eendenkuiken ofwel pulletje wordt geboren, begint de verzorging. Het kuiken, ook wel pulletje genoemd, zal de eerste persoon die het ziet als moeder beschouwen en hem of haar overal achtervolgen. Hier is geen onderbreking in aan te brengen, dus het is belangrijk dat je deze aandacht en zorg 24 uur per dag kunt bieden.
Een van de belangrijkste dingen blijft het verwarmen van het baby eendje. Het eendje moet goed op temperatuur blijven en ook goed droog. Als het nat is geworden, moet je erop letten dat het snel weer opdroogt. Zorg voor een warme en droge plek onder bijvoorbeeld een warmtelamp of op een warmteplaat, anders vat het kou en raakt het onderkoeld. Dit gaat bij pulletjes sneller dan je denkt. Zolang er nog geen eigen vetbescherming over het verendek is, loopt het baby eendje hier kans op. Laat het ook vooral niet zwemmen, anders loopt het risico om te verdrinken.

Het eendje heeft een goed verzorgd onderkomen nodig, waarin het warm, droog en schoon is. Ook dient het veilig te zijn, zodat er geen roofdieren als katten bij kunnen komen. Er is speciaal voer te vinden dat volledig is afgestemd op de behoeften van het baby eendje. Hier bestaan zogenaamde opfokkorrels voor, waarin de juiste voedingsstoffen, vitaminen en mineralen zitten die het baby eendje nodig heeft om goed op te groeien. Zo kom je een heel eind, zonder teveel moeite te hoeven doen. Zorg altijd voor voldoende schoon drinkwater, zodat ze sterk en gezond blijven.

Bekijk hier het artikel over baby eendjes grootbrengen.

Voor meer informatie over het broeden van eieren is de broedgids zeer geschikt.