De wilde eend

Eén van de meest bekende en geliefde vogels in Nederland is de wilde eend, ook wel Mallard of Anas Platyrhunchos (Latijn) genoemd. De tamme, gedomesticeerde eend, zoals je die in menig park of stadsomgeving tegenkomt is een afstammeling van deze wilde eend. Ze komen dan ook veelvuldig voor en je hoort ze vaak van grote afstand druk met elkaar communiceren. Met name het vrouwtje zet graag een luid gekwaak op. Het zijn pittige en vertederende vogels, waar iedereen eigenlijk wel dol op is. Er is veel over deze dieren bekend en is interessant om het diertje eens nader onder de loep te nemen.

Kenmerken van de wilde eend

De wilde eend, zoals deze in Nederland veelvuldig voorkomt, heeft enkele karakteristieke uiterlijke kenmerken. Het mannetje, dat de woerd wordt genoemd, bezit een kleurrijk verendek op de kop en is te herkennen aan de glanzend groene kleur. Verder heeft hij een witte halsband en een kastanjebruine borst. Het meest karakteristieke kenmerk waarmee de wilde mannetjeseend zich onderscheidt van zijn tamme gedomesticeerde variant, zijn de twee gekrulde staartveren. Het vrouwtje is minder kleurrijk en heeft met haar donkerbruine veren meer een schutkleur. Dit komt goed van pas als ze op het nest zit om haar eieren uit te broeden. Het enige onderscheidingspunt dat beide als overeenkomst hebben, is de blauw-paarse vleugelspiegel of tekening, die je over de veren heen ziet glijden. Ze hebben oranje poten en een gelige of bruine, brede, platte snavel. Een volwassen wilde eend is ongeveer tussen de 51 en 62 cm groot, met een spanwijdte van 91 tot 98 cm. Ze wegen tussen de 700 en 1500 gram. Hun levensduur ligt rond de vijftien jaar. Jonge eendjes hebben eveneens schutkleuren en zijn vaak onderop geel en van boven bruin. Zo denken de vissen dat ze tegen de zon aankijken en roofdieren boven water kunnen de eendjes moeilijker ontdekken tussen het gras en onkruid.

Leefomgeving en voedsel

Met name in Nederland is de wilde eend de meest voorkomende soort eend. Ze komen echter ook voor in Noord- en Centraal-Amerika, Azië en in het Caribisch gebied. De wilde eend vind je eigenlijk overal waar voedselrijke wateren zijn. Hierbij kun je denken aan rivieren, vennen, kanalen, maar ook boerensloten. Eigenlijk gedijen ze overal wel goed. Hun voedsel bestaat voornamelijk uit waterplanten, grassen en kleine waterdiertjes waaronder visjes. Bovendien eten ze graag wormen en slakken die ze vinden als ze op het land aan het zoeken zijn naar voedsel. Kroos is ook een favoriet en wordt daarom vaak eendenkroos genoemd.

Eendentrek

Jaarlijks begint voor veel vogels de vogeltrek. Ook de wilde eend onderneemt jaarlijks een trektocht of eendentrek. Veelal trekken deze eenden naar Continentaal Europa, maar ook naar Groot-Brittannië en Ierland. Veel wilde eenden die in Nederland overwinteren, vallen onder standvogels. Dit betekent dat het vogels zijn die in of dichtbij het broedgebied blijven om te overwinteren en er dus niet ver op uit trekken. Ze worden om die reden ook wel ‘blijver’ genoemd. Vaak zijn ze opgewassen om onder slechte omstandigheden als voedselgebrek gewoon te functioneren en te overleven. Als dit echter niet mogelijk is, doordat het gebied te koud wordt, trekken eenden vaak wel naar het zuiden zodra het kouder begint te worden. Meestal zie je in het najaar veel vogels in waterplassen en meren. Deze vogels maken een tussenstop op hun vlucht naar het verre Zuiden. Ze maken soms mooie formaties in de lucht.

Wanneer ze weer terugvliegen, weten wij dat het voorjaar in aantocht is. Een mooie aankondiging van het nieuwe seizoen!

Broedseizoen

De periode waarin wilde eenden broeden loopt van ongeveer februari tot aan augustus. Met name in februari richten de eenden zich op het paren, waarna het broeden in het voorjaar begint. De wilde eend legt per jaar ongeveer één en soms twee legsels eieren en kan wel tot 15 eieren per keer leggen. Ze legt overigens maar 1 ei per dag, dus voor een nest van 15 is ze meer dan twee weken bezig. Niet alle eieren hoeven ook daadwerkelijk uit te komen. Het hangt van het succes van de bevruchting af of een ei verder een goede kans maakt. Doordat de kuikens met elkaar communiceren (piepen) zullen de eieren bijna gelijktijdig uitkomen. Eieren die daarna in het nest blijven liggen, komen in de meeste gevallen niet meer uit, omdat moedereend zich nu over de jongen zal ontfermen en daardoor stopt met broeden. Door zoveel mogelijk eieren te leggen, worden alsnog de overlevingskansen voor de soort vergroot. Veel eieren worden belaagd door roofdieren en opgegeten, evenals de jongen als deze eenmaal rond kunnen dobberen op het water. Vanuit alle hoeken loert het gevaar en al gauw houd je van een nest van 8 kuikens, maar 2 of 3 over. Het uitbroeden wordt door het vrouwtje gedaan en zij blijft eigenlijk voor de gehele duur van de broedtijd op het nest zitten. Dit duurt ongeveer voor wilde eenden zo’n 24 tot 28 dagen. Enkel om iets te gaan eten, kan ze het nest eventjes verlaten, maar ze blijft altijd in de buurt. Vaak ziet ze er geheel van af om van het nest af te gaan. Het mannetje bemoeit zich niet met het broeden. Hij blijft hooguit enkele dagen om het nest heen zwemmen om haar te verdedigen tegen andere eenden of roofdieren, maar laat haar daarna alleen met de kuikens. Het mannetje trekt zich terug en gaat in een dubbele rui. Hij verliest hierbij zijn slagpennen, waardoor hij niet meer kan vliegen. Dit maakt hem kwetsbaar. De veren die in de plaats komen zijn vaalbruin van kleur. Je kunt hem enkel nog herkennen aan de bruine borst en gele snavel. Het uitbroeden vindt plaats op een nest dat zich op de meest onlogische plekken kan bevinden. Zo maken eenden nesten in knotwilgen, boomstronken, bermen langs de weg, of gewoon in het hoge gras dichtbij het water.

Vergunning wilde eenden onderbrengen

Artikel 12 van de flora- en faunawet stelt dat het niet is toegestaan om van beschermde inheemse diersoorten, waaronder de wilde eend, eieren te zoeken of op te rapen en uit het nest te nemen. Je mag de eieren evenmin beschadigen of vernielen. Jonge eendjes die je in het wild vindt en waarvan je zeker weet dat het niet toebehoort aan een tam ras, kun je altijd het beste naar een erkend opvangcentrum voor vogels brengen. Deze zullen de jonge eendjes verzorgen en weer terug proberen te plaatsen in de natuur. Het is volgens de Natuurbeschermingswet niet toegestaan om wilde vogels in je bezit te hebben, dus ook niet jonge eendjes. Vraag, indien je dit toch zelf wilt doen, toestemming aan een erkende overheidsinstantie.