Eendeneieren kunstmatig broeden

KUNSTMATIG BROEDEN

Het uitbroeden van eieren kan ook kunstmatig gebeuren, waarbij je gebruik kunt maken van een broedmachine. De thermometer in deze machine zorgt ervoor dat de eieren op een constante temperatuur worden verwarmd en de eieren kunnen zelfs, afhankelijk van de broedmachine, automatisch enkele malen per etmaal omgedraaid worden. Zo wordt er niet steeds druk vanuit eenzelfde richting op het hagelsnoer uitgeoefend, wat voorkomt dat het embryo vroegtijdig sterft. Voor het broeden met een broedmachine moet je met de volgende dingen rekening houden:

  1. CONSTANTE TEMPERATUUR

Wil je dat de eieren enige kans maken dan zal je ze een constante temperatuur moeten bieden. Per eendenras is de benodigde temperatuur verschillend, deze ligt tussen de 37 en de 38 graden Celsius. De temperatuur in de broedmachine wordt constant gehouden met een thermostaat. Er zijn verschillende thermostaten te koop. Hoe geavanceerder het apparaat hoe nauwkeurig de thermostaat de temperatuur constant kan houden. Let hier bij de aanschaf goed op. Nu wat extra uitgeven, kan je later veel extra plezier (of minder zorgen) opleveren. Omdat moeders ook soms van het nest afgaat, kun je het deurtje van de broedmachine gewoon opendoen om bijvoorbeeld water bij te vullen. Sommige thermostaten ondersteunen ook een koele periode.

  1. CONSTANTE LUCHTVOCHTIGHEID

Om het water bij te vullen in de broedmachine moet je af en toe het deurtje open doen. Water vul je bij omdat ook de luchtvochtigheid belangrijk is voor het uitbroeden van de eendeneieren. Door de warmte verdampt het water en die vul je eens in de paar dagen met de hand bij. Wanneer je van een hygrostaat gebruik maakt, wordt ook dit voor je geregeld, na een keer goed instellen. Deze meet en regelt de luchtvochtigheid in combinatie met een verdamper of waterpomp. De luchtvochtigheid wordt voor de meeste rassen afgesteld op 45-50%. De laatste dagen, in de periode van het uitkomen, moet je de luchtvochtigheid verhogen naar ca. 55-60%.

  1. EIEREN KEREN

In het begin is dit al even genoemd. Draai minimaal twee keer per dag de eieren om en markeer met potlood beide zijden met respectievelijk een rondje en een kruis, zodat je weet waarheen je moet draaien. Zo voorkom je dat de eierdooier uitzakt en het hagelsnoer beschadigt. Op dag 26 stop je hiermee. Ze komen nu snel uit het ei. Sommige broedmachines kunnen de eieren automatisch laten keren en bij andere broedmachines ontbreekt deze functie totaal. Het hangt heel erg van jouw situatie af of je in staat bent om de eieren op de juiste tijden te kunnen keren. Twijfel je hieraan? Neem dan het zekere voor het onzekere en schaf een broedmachine met automatische keerfunctie aan.

Als de baby eendjes, eendenkuikens of pulletjes zijn uitgekomen, blijven ze vaak nog een dag in de broedmachine om geheel op temperatuur te komen en goed op te drogen. Daarna kunnen ze worden overgeplaatst naar een kunstmoeder, veelal in de vorm van een warmtelamp of warmteplaat. Een broedmachine is een alternatief op het natuurlijk broeden; wanneer er op grote schaal eieren moeten worden uitgebroed of er geen moedereenden meer zijn die voor de eieren kunnen of willen zorgen. Op die manier hebben de eendjes alsnog een kans op leven. Per eendenras verschillen de broedkwaliteiten van de ouders, sommige eenden zijn uitstekende broeders en andere zijn heel lastig om in gevangenschap aan het broeden te krijgen. Ook hier biedt een broedmachine uitkomst.